Telewerk
Roger Blanpain, professor arbeidsrecht ,,Telewerk is geen wondermiddel. Het lost de files niet op." Dat zegt Roger Blanpain. Zijn boodschap: leg telewerk niet op, maar laat het spontaan groeien.
Telewerk zit in de lift. Meer dan de helft van de Belgen (54 procent) denkt dat thuiswerk mogelijk is en productiever is dan werken op kantoor. Daarmee behaalt ons land de hoogste score in een bevraging in vijftien Europese landen. Slechts één op de vijf Belgen kant zich resoluut tegen een uitbreiding van telewerk.
,,Hoeveel telewerkers er in ons land zijn, weten we niet precies. Cijfers spreken over één op de tien werknemers. In Scandinavië (een voortrekker in telewerk) zou dat één op de vijf zijn", zegt Roger Blanpain, professor arbeidsrecht, naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Telewerk: arbeidsrecht en praktijk .
,,Die cijfers vallen echter in twijfel te trekken. Er bestaan namelijk verschillende soorten van telewerk. Zo heb je mobiele telewerkers, zoals vertegenwoordigers, of bedrijven met satellietkantoren en natuurlijk de groep van mensen die thuis werkt..
Thuiswerk wordt vaak gezien als het wondermiddel om de fileproblemen op te lossen. Is dat droom of realiteit?
Het debat is omgeslagen. Vroeger werd thuiswerk door heel wat mensen de hemel in geprezen. Het was hét wondermiddel om de files op te lossen, de CO-uitstoot te verminderen, kantoorruimte te besparen, meer gehandicapten in dienst te kunnen nemen, enzovoort. Maar dat is larie.
We moeten het hoofd koel houden. Telewerk is er niet voor elke job. Bouwvakkers, leerkrachten, verplegers of trambestuurders komen daarvoor niet in aanmerking.
Telewerk is er ook niet voor iedereen. Werknemers moeten daarvoor flexibel genoeg zijn en zelfstandig kunnen werken. Niet iedereen is bovendien voldoende uitgerust om thuis te kunnen werken.
Staan werkgevers wel te springen voor meer telewerk? Zij willen hun personeel toch vooral kunnen controleren?
Werkgevers willen één ding: hun klanten tevreden stellen en de kosten drukken. Telewerkers kunnen een bedrijf veel aan infrastructuurkosten besparen, zoals kantoorruimte. Het is gewoon een andere manier van werken, aangepast aan de noden van de onderneming en aan de wensen van de werknemer. Dat de bedrijven hun personeel niet meer zouden kunnen controleren, mag geen argument zijn. Als de telewerker op zijn computer inlogt, kan de werkgever al zijn handelingen nagaan.
Eén ding is wel duidelijk: zowel werkgevers als werknemers staan afkerig tegenover voltijds telewerk. Zij vrezen sociale isolatie, niet in het team te spelen, er niet meer bij te horen. Dat willen de mensen niet. Daarom kiezen de meesten voor deeltijds telewerk, slechts één of twee dagen in de week (zie hierboven) . Telewerk is dus meestal occasioneel en informeel. Dat is niet slecht. Telewerk structureel maken, beantwoordt niet aan de realiteit.
Moet de overheid meer doen om telewerk te stimuleren?
Wat de overheid vooral moet doen, is een goede infrastructuur bieden, zoals overal breedbandinternet, en de mogelijkheid tot vorming. Vlaanderen is daar goed mee bezig. Wat we vooral niet moeten doen, is te veel regeltjes opleggen. Een apart arbeidsstatuut voor telewerkers is in de praktijk onuitvoerbaar. Vaak leidt dat tot gemengde overeenkomsten, en juridische slordigheden. Telewerkers zijn werknemers zoals alle andere. Hun specifieke noden kunnen perfect in een gewone arbeidsovereenkomst worden geregeld. Formalisering is niet nodig. Het werkt zelfs averechts. Daarom mijn boodschap: telewerk zal groeien, maar laat het spontaan groeien. Let it be , leg het niet aan de mensen op.
Telewerk zit in de lift. Meer dan de helft van de Belgen (54 procent) denkt dat thuiswerk mogelijk is en productiever is dan werken op kantoor. Daarmee behaalt ons land de hoogste score in een bevraging in vijftien Europese landen. Slechts één op de vijf Belgen kant zich resoluut tegen een uitbreiding van telewerk.
,,Hoeveel telewerkers er in ons land zijn, weten we niet precies. Cijfers spreken over één op de tien werknemers. In Scandinavië (een voortrekker in telewerk) zou dat één op de vijf zijn", zegt Roger Blanpain, professor arbeidsrecht, naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Telewerk: arbeidsrecht en praktijk .
,,Die cijfers vallen echter in twijfel te trekken. Er bestaan namelijk verschillende soorten van telewerk. Zo heb je mobiele telewerkers, zoals vertegenwoordigers, of bedrijven met satellietkantoren en natuurlijk de groep van mensen die thuis werkt..
Thuiswerk wordt vaak gezien als het wondermiddel om de fileproblemen op te lossen. Is dat droom of realiteit?
Het debat is omgeslagen. Vroeger werd thuiswerk door heel wat mensen de hemel in geprezen. Het was hét wondermiddel om de files op te lossen, de CO-uitstoot te verminderen, kantoorruimte te besparen, meer gehandicapten in dienst te kunnen nemen, enzovoort. Maar dat is larie.
We moeten het hoofd koel houden. Telewerk is er niet voor elke job. Bouwvakkers, leerkrachten, verplegers of trambestuurders komen daarvoor niet in aanmerking.
Telewerk is er ook niet voor iedereen. Werknemers moeten daarvoor flexibel genoeg zijn en zelfstandig kunnen werken. Niet iedereen is bovendien voldoende uitgerust om thuis te kunnen werken.
Staan werkgevers wel te springen voor meer telewerk? Zij willen hun personeel toch vooral kunnen controleren?
Werkgevers willen één ding: hun klanten tevreden stellen en de kosten drukken. Telewerkers kunnen een bedrijf veel aan infrastructuurkosten besparen, zoals kantoorruimte. Het is gewoon een andere manier van werken, aangepast aan de noden van de onderneming en aan de wensen van de werknemer. Dat de bedrijven hun personeel niet meer zouden kunnen controleren, mag geen argument zijn. Als de telewerker op zijn computer inlogt, kan de werkgever al zijn handelingen nagaan.
Eén ding is wel duidelijk: zowel werkgevers als werknemers staan afkerig tegenover voltijds telewerk. Zij vrezen sociale isolatie, niet in het team te spelen, er niet meer bij te horen. Dat willen de mensen niet. Daarom kiezen de meesten voor deeltijds telewerk, slechts één of twee dagen in de week (zie hierboven) . Telewerk is dus meestal occasioneel en informeel. Dat is niet slecht. Telewerk structureel maken, beantwoordt niet aan de realiteit.
Moet de overheid meer doen om telewerk te stimuleren?
Wat de overheid vooral moet doen, is een goede infrastructuur bieden, zoals overal breedbandinternet, en de mogelijkheid tot vorming. Vlaanderen is daar goed mee bezig. Wat we vooral niet moeten doen, is te veel regeltjes opleggen. Een apart arbeidsstatuut voor telewerkers is in de praktijk onuitvoerbaar. Vaak leidt dat tot gemengde overeenkomsten, en juridische slordigheden. Telewerkers zijn werknemers zoals alle andere. Hun specifieke noden kunnen perfect in een gewone arbeidsovereenkomst worden geregeld. Formalisering is niet nodig. Het werkt zelfs averechts. Daarom mijn boodschap: telewerk zal groeien, maar laat het spontaan groeien. Let it be , leg het niet aan de mensen op.