dinsdag, maart 21, 2006

Telewerk vindt stilaan ingang

Ongeveer 17,6 procent van werknemers en werkzoekenden doet op een of andere manier aan telewerk en 4,5 procent deed het al eens in het verleden.
Dat blijkt uit een enquête via het internet door het departement communicatiewetenschappen van de Leuvense universiteit. Er namen een duizendtal Vlaamse werknemers en werkzoekenden aan deel.

Opvallend is dat er meer mannelijke dan vrouwelijke telewerkers zijn. Dat doorprikt het cliché dat vooral vrouwen met een gezin telewerken. Telewerken is overigens ook geen synoniem met thuiswerken. Weliswaar werkt 80 procent thuis, maar 1 op 5 ,,telewerkt'' op een andere plaats.

Twee op drie vindt telewerk mogelijk in de huidige job, maar vier op tien vreest dat de baas het niet toelaat.

Van hen die thans niet telewerken is ruim 80 procent geïnteresseerd om het ooit te proberen. Als voordelen wordt gewezen op het wegvallen van tijdverlies door verplaatsingen naar het werk, de mogelijkheid om privé-leven en werk beter op elkaar af te stemmen en de grotere onafhankelijkheid bij het uitvoeren van het werk.

De meeste werknemers kiezen er overigens niet voor om uitsluitend thuis te werken, omwille van het wegvallen van de sociale contacten met collega's en het vervagen van de grenzen tussen werk en privéleven.

maandag, maart 20, 2006

Mobiele communicatie

Mobiele communicatie -- inclusief telefoontjes van vaste naar mobiele toestellen -- neemt een hap van 41 procent uit het telecombudget van de Belgische bedrijven. Dat blijkt uit een enquête bij 300 ondernemingen door Beltug (Belgian Telecommunications Users Group ), de vereniging van de zakelijke telecomgebruikers.
Zonder rekening te houden met het vast-mobiel verkeer, zijn de mobiele operatoren goed voor 28 % van het gemiddelde telecombudget. Nog eens 57 % is dan bestemd voor vaste communicatie en 15 % voor huurlijnen. Internationaal verkeer is goed voor gemiddeld 27,5 % van het telecombudget.

Op die budgetten wordt trouwens duidelijk bespaard als gevolg van de tegenvallende economische conjunctuur. Zo verwacht 59 % van de ondervraagden niet dat zijn telecombudget dit jaar hoger zal liggen dan vorig jaar. In 18 % van de bedrijven worden aankopen van nieuwe producten en diensten uitgesteld, in 11 % zelfs helemaal geannuleerd.

Ook de telecomsector zelf heeft het moeilijk, wat blijkt uit het feit dat de tijd van reuzenkortingen aan klanten voorbij is. Beltug constateerde tijdens het afgelopen jaar nog wel een prijsdaling, maar die beliep hooguit ,,2 tot 3 % voor de belangrijkste diensten''.

Proximus (Belgacom) heeft op de zakelijke markt een ruime voorsprong op zijn concurrenten: 84 % van de ondervraagden is klant van Proximus, en voor 61 % is het zelfs de enige operator. Bij Mobistar is dat respectievelijk 33 en 14 %, bij Base (ex-KPN Orange) 11 en 2 %. Slechts een kleine minderheid (9 %) zegt dat ze zeker gebruik zal maken van de mogelijkheid om, vanaf september, van gsm-operator te veranderen met behoud van het mobiele nummer. Een derde zegt dit ,,misschien'' te zullen doen.

Ook in het vaste telefoonverkeer is Belgacom veruit nummer één, met 88 % penetratie en de belangrijkste operator bij 72 % van de bedrijven. WorldCom bereikt 13 % van de ondervraagden, Telenet 10 % en Colt en Versatel 8 %.

Het ,,thuiswerken'' is nog niet wijdverbreid: slechts 14 % van de werknemers kan van thuis op het bedrijfsnetwerk inloggen. Meestal werken ze voor grotere bedrijven (200 werknemers), vooral in de sectoren chemie, consultancy en bij de uitgeverijen.

Van de werknemers met een pc kunnen er 58 % mailen en 50 % surfen op Internet. Bij 11 % van de ondervraagden -- vooral bedrijven met minder dan 50 werknemers -- kan geen van beide. De belangrijkste internettoegangleveranciers zijn Skynet (31 %), UUnet (13 %), Telenet (10 %), Planet Internet (6 %) en EUnet (6 %).

Van de 44 % ondernemingen met een breedbandinternettoegang maakt 28,3 % gebruik van DSL, tegenover 15,4 % kabelgebruikers. IP VPN is al bij 17,4 % van de bedrijven aanwezig.

De nieuwste mobiele datatoepassingen -- Internet via gsm (GPRS) -- moeten in de nabije toekomst niet op veel belangstelling rekenen, zegt Beltug. 59 % van de bedrijven gaat er het komende jaar geen gebruik van maken, 22 % weet het niet. Toch is er met 19 % penetratie al een aanzienlijke doelgroep voor deze jonge toepassing.

zondag, maart 19, 2006

Carpoolen en thuiswerken tegen ozon

De tien betrokken kabinetten van federale, Vlaamse, Brusselse en Waalse overheden hebben hun voorstellen voor een aanpak van de ozonproblematiek bezorgd aan de federale minister van Leefmilieu, Freya Van den Bossche (SP.A). Donderdag wordt er opnieuw collectief vergaderd en zouden er knopen worden doorgehakt, zeker over maatregelen op lange termijn.
Gisteren wilde het kabinet van Van den Bossche nog niets kwijt over de ingediende suggesties. Op het kabinet van de federale minister van Mobiliteit Bert Anciaux (Spirit), zelf met vakantie, konden we van woordvoerster Lot Wildemeersch vernemen dat zij denken aan het promoten van carpoolen en thuiswerken, aan flexibelere arbeidstijden en aan fiscale stimuli voor minder vervuilende vervoermiddelen en brandstoffen.

zaterdag, maart 18, 2006

Thuiswerken in Belgische bedrijven

Telewerken is langzaam maar zeker binnengeslopen in de Belgische bedrijven. Na de grote communicatiebedrijven zijn de andere sectoren aan de beurt. De meeste werknemers zoeken vooral een vermindering van het woon-werkverkeer en een beter evenwicht tussen werk en privéleven.
Het fenomeen ontstond ruim twintig jaar geleden in de Verenigde Staten en de term werd voor het eerst gebruikt in de Washington Post. In de Europese Unie kwam ,,telewerken'' ter sprake in de jaren tachtig, waar het in het begin met veel scepsis werd bekeken. De term verwees toen naar ongeschoold en weinig betaald kantoorwerk dat men van thuis uit kon doen.

Bij telewerken geeft een bedrijf zijn mobiele werkers toegang tot het bedrijfsnetwerk. Zo kunnen die werken met computergegevens van de onderneming, ook al zijn ze niet in het bedrijfsgebouw aanwezig. Momenteel bestaat telewerken in de vorm van thuiswerken of werken in een satellietkantoor of ergens op de luchthaven of in een hotel. Telethuiswerken lijkt in België de bekendste vorm te zijn.

In de periode 1999-2002 is het aantal telewerkers in de Europese Unie verdubbeld tot twintig miljoen. Uit een studie van het Duitse bedrijf Empirica blijkt dat 10,6 procent van de Belgische werknemers nu meer dan één dag per week telewerkt. Daarmee behoort België tot de middenmoot.

Christian Van Asbroeck, de vice-voorzitter van de Belgische vereniging voor telewerken (BTA), vindt dat een goed gemiddelde. Hij wijst erop dat België veel elementen heeft die de groei van telewerken tegenwerken. ,,België is een heel dichtbevolkt land, met een uitgebreid netwerk van wegen en spoorwegen. Ook zijn de meeste kantoren gevestigd in en rond grote steden.''

Volgens een recent onderzoek van de KU Leuven heeft een vijfde van de Vlaamse internetgebruikers ervaring met telewerken. De huidige telewerkers werken meestal afwisselend thuis en op kantoor. In de groep van de bevraagde telewerkers zijn er meer mannen dan vrouwen. Daarnaast zijn telewerkers gemiddeld iets ouder en hoger opgeleid dan de niet-telewerkers.

De voorlopers in het telewerken zijn de technologie- en communicatiebedrijven. Voor hen is telewerken een manier om hun eigen technologie uit te testen en buiten de werkuren beschikbaar te zijn voor de klanten met problemen. In ons land was Alcatel bij de pioniers. Het bedrijf startte in 2000 met een formeel programma van 250 telewerkers. Eind 2002 waren er al 800 thuiswerkers en 107 telewerkers in satellietkantoren of ergens onderweg.

Een kosten-batenanalyse leert dat de investering van Alcatel in al die thuiskantoren iets meer dan de helft bedraagt van een gelijkaardige investering in klassieke kantoorruimte. Voor duizend werknemers gaat het om 4,9 miljoen euro tegenover normaal 8,9 miljoen euro.

In België zijn de telecombedrijven Belgacom en Telenet de twee bekendste spelers die telewerk technisch mogelijk maken. Meestal bieden de operatoren de werkgever verschillende facturatiemogelijkheden aan. Dat gaat van het gebruiken van een code om telefoongesprekken te markeren die voor het werk gedaan worden, tot het opsplitsen van de internetkosten of zelfs het aanleggen van een volledig nieuwe breedbandverbinding.

Momenteel is telewerken sterk in trek in de banksector. Maar Guido Lemeire, product manager bij de kabeloperator Telenet, ziet de gezondheidssector als de toekomstige groeipool. Artsen zijn vaak verbonden aan verschillende ziekenhuizen en willen eender waar hun medische dossiers kunnen raadplegen. Ook de eerste kmo's tonen interesse, maar vaak zijn de investeringen te groot. Daarom bundelden in Antwerpen vier ICT-bedrijven uit de streek hun krachten voor de promotie van telewerken. Work at Home, Nsis, Telenet en Soft Cell bieden ondernemingen de mogelijkheid om tegen een vaste prijs per gebruiker een abonnement af te sluiten voor telewerken. Het pakket omvat juridische en fiscale ondersteuning, technische apparatuur en toegangverlening.

Telewerken staat ook op de politieke agenda. De beleidsvormers zien in het fenomeen een oplossing voor de mobiliteitsproblemen. Studies wijzen uit dat telewerken het autoverkeer op de filegevoelige momenten met een kwart kan doen dalen. Telewerken is ook een manier om betere arbeidskansen te bieden voor bepaalde groepen en de bedrijven meer competitief te maken. Zo wil Patrick Dewael, minister-president van de Vlaamse regering, tegen 2020 één op drie werknemers in Vlaanderen aan het telewerken krijgen.

Patricia Ceysens, die voor de VLD in het Vlaams Parlement zit, vindt dat er nog te weinig politieke steun gegeven wordt om telewerken te doen opbloeien. Ze pleit voor een Vlaams actieplan voor telethuiswerken en wil een campagne organiseren die het grote publiek moet informeren.

Maar er is één partij die niet zo te vinden is voor telewerken, en dat zijn de vakbonden. De vakbondsmilitanten hebben schrik dat er geen controle uitgeoefend kan worden op overuren. Ze wijzen er ook op dat een telewerker wel eens onrealistische doelstellingen krijgt opgelegd, en vrezen dat het moeilijk is om thuiswerkers te mobiliseren. De groep teleworking van de vereniging Antwerp Digital Mainport zou graag een informatiesessie rond telewerken organiseren voor de vakbonden.

maandag, maart 13, 2006

Thuiswerkmoeder

Steeds meer vrouwen kiezen voor een volwaardige zelfstandige baan als thuiswerker, om de tijd tussen werk en gezin beter te verdelen. ,,Je ziet ze denken: wat leuk, ze zit thuis, ze klust wat bij en ze is er voor de kinderen. In het begin wond ik me daar vreselijk over op.''
Op het Internet vormen ze stilaan een heuse gemeenschap. Wahms noemen ze zichzelf, work at home moms . Of in het Nederlands: thuiswerkmama's . Ze hebben praatgroepen en websites, ze wisselen tips uit. Zoals: zorg voor je eigen werkplek en laat die door je kinderen versieren. Of: ga tussendoor eens naar de zoo, je voelt je achteraf een stuk beter.

De cijfers zijn onduidelijk. We weten hoeveel vrouwen met een bedrijf begonnen -- in België waren dat er 13.618 in 2001 --, maar het is niet duidelijk of die vrouwen ook echt van thuis uit werken. Er zijn evengoed thuiswerkende vrouwen die nog in loondienst zijn of die in het zwart bijklussen. Anderen werken zo weinig dat ze nergens geregistreerd staan.

Muriel Schneider (36) ontvangt twee maal per week een groep van zes mensen die ze de knepen van de binnenhuisdecoratie bijbrengt. Eén keer 's ochtends en één keer 's avonds richt ze bij haar thuis een atelier in. Het materiaal krijgt ze van een verfbedrijf waarvoor ze een tijdje huis-aan-huis-vertegenwoordiger was. ,,Maar dat lag me niet. Toen mijn eerste kindje geboren werd, ben ik, een beetje noodgedwongen, thuis gebleven. Ik heb niet zo'n sterke gezondheid en ik zag het niet zitten om de zorg voor een baby te combineren met een baan met vaste uren. Ik was directiesecretaresse en er werd altijd wel iets meer van me verwacht dan afgesproken.

Even heb ik het nog halftijds geprobeerd, maar dat was helemaal onmogelijk. Wat ik tijdens een voltijdse aanstelling deed, moest ik nu waarmaken in de helft van de tijd. Het loon dat ik overhield na betaling van de kinderopvang, was zo minimaal, dat mijn man en ik besloten dat ik thuis zou blijven voor de kinderen.

De eerste jaren genoot ik ervan. De kinderen waren klein, ik had tijd voor mezelf. Maar stilaan begon het te knagen. Ik voelde me uit de gemeenschap gesloten. Mensen vroegen me: 'En wat doe je?' -- 'Ik ben thuis', antwoordde ik. En het gesprek stokte. Alsof ik als huisvrouw niet meer interessant was. Alsof je alleen iets te vertellen hebt als je een baan hebt. Ik wilde weer aan het werk, maar ik voelde er niets voor om in het strakke patroon van negen tot vijf te stappen. Ik kon de stress van het haasten niet meer aan.

Mijn kinderen waren het gewend hun mama na school thuis te vinden. Ik zag hoe belangrijk het voor hen was, en zelf voelde ik me er ook goed bij. Als ik wilde werken, dan moest het iets zijn wat ik van thuis uit kon. Stilaan groeide het idee van de ateliers aan huis. Binnenhuisdecoratie is altijd mijn grote liefde geweest. Ik heb nooit de moed gehad er werk in te zoeken. Nu wou ik mijn eigen baan creëren, een die me op het lijf geschreven was en die perfect bij mijn gezinssituatie paste.

Ik zette advertenties in de lokale krant, ik postte huis-aan-huisflyers en al snel had ik een klasje van tien bij elkaar. Nu breng ik op dinsdag de kinderen naar school, ik zet alles klaar voor het atelier en 's middags eten we met z'n allen samen. In de tuin als de zon schijnt, aan de keukentafel als het regent.

Onlangs gaf iemand me het mooiste compliment dat ik in jaren kreeg: 'Muriel, je straalt.' Ik ben ook heel trots op mezelf. Een tijd geleden zag ik er het nut niet meer van in elke week de vloeren te dweilen. Nu ben ik het aan mezelf en mijn leerlingen verplicht. Ik kan ze niet in een vuile klas ontvangen.''

Thuiswerken is meestal geen bewuste en weloverwogen keuze. Veel vrouwen rollen er veeleer toevallig in. Door een gecompliceerde zwangerschap, door een ziek kind of door gezondheidsproblemen.

Toen Peggy Leys vier jaar geleden zwanger was van haar dochter, werkte ze op een kantoor. Ze was vaak ziek, en het werk bleef liggen. Tot haar baas voorstelde wat werk mee naar huis te nemen en op de sofa de lopende zaken af te handelen. Na de geboorte van haar dochter ging Leys niet meer terug naar kantoor.

,,Ik werkte al op zelfstandige basis. Dat veranderde niet veel. Ik besefte dat ik evengoed mijn kantoor aan huis kon hebben. We maakten een hoek in de woonkamer vrij. De computer kreeg ik van het bedrijf, en na een maand was ik alweer aan het werk. Mijn dochter zat in haar stoeltje aan mijn voeten, ik schommelde haar heen en weer en voerde ondertussen mijn gegevens in. Ik verwerk enquêtes voor bedrijven. Een koerier brengt me de formulieren en ik stuur de resultaten per mail door.''

Ze glimlacht naar haar dochter, die als een wildeman door de woonkamer dolt. ,,In het begin kreeg ik paniekaanvallen. Ik wist niets van computers, ik kende de programma's niet. Telkens als er iets fout liep, was ik in alle staten. Maar al doende leer je. Ik kreeg de programmeertalen onder de knie. Als de computer nu stokt, weet ik precies wat ik ermee aan moet. Door thuis te werken, door zelf mijn uren te bepalen en mijn tijd in te delen, ben ik veel zelfstandiger geworden. Ik geniet ook meer van mijn werk. Het is echt van mij.

Ik heb geen probleem met discipline. Als er een nieuw pakket formulieren is aangekomen, sta ik te trappelen om erin te vliegen. Door die gegevens te verwerken, leer ik veel bij. Ik ben na mijn middelbare school gestopt met studeren. Ik was de school moe. Daarna ben ik van het ene baantje naar de andere gezwalpt. Ik heb van alles gedaan, maar niets zo graag als dit.

Voor mijn dochtertje is het ook duidelijk. Als ik aan mijn bureau zit, weet ze dat ze me niet mag storen. Meestal kijkt ze dan een beetje televisie.''

Thuiswerken is een eenzame bezigheid, wordt weleens gezegd. Peggy Leys heeft er geen last van. ,,Ik heb niet echt behoefte aan contact met collega's. Het fijne is dat mijn zus precies hetzelfde doet als ik. We bellen elkaar minstens een keer per dag, en in drukke periodes zien we elkaar 's avonds nog een keer. Als zij te veel werk heeft, schuift ze het naar mij door. Want dat is misschien wel het lastigste aan zelfstandig thuiswerk: je hebt geen zekerheid. Het is altijd afwachten of er iets uit de bus komt. Je moet altijd alert zijn, de dingen in het oog houden en op zoek gaan naar werk.

Nu is het een stille periode. Soms loop ik wel de muren op. Gelukkig is er dan mijn dochter. Zij brengt me tot rust, ze doet me de dingen relativeren. Mijn man heeft er minder begrip voor. 'Waarom doe je het jezelf aan? Zoek toch een gewone baan', zegt hij dan. Ook omdat je met dat zelfstandige statuut niet zo veel overhoudt. Maar de voldoening is nooit zo groot. Als het van mijn man afhing, dan zag hij me liever als huisvrouw. Maar dat kan nu niet. We hebben het geld nodig. En ik wil het ook niet. Ik moet het gevoel hebben dat ik iets nuttigs en zinvols doe.''

Ze zucht. Ze kijkt naar haar dochter die op de bank in slaap is gevallen. ,,Het is niet altijd eenvoudig. Zij heeft veel aandacht nodig. Ze heeft een licht autistische afwijking. We weten niet hoe het zal evolueren. Nu gaat ze halve dagen naar school, maar ik ben blij dat ik er ben als ze thuiskomt. Ze heeft mijn aanwezigheid nodig. En ik schik mijn werk ernaar. 's Ochtends begin ik eraan; als ze na de middag slaapt, werk ik wat voort, en dan zijn er de avonden.

Voorlopig gaat het goed, het is alleen hopen dat het werk niet opdroogt. Als zelfstandige moet je altijd weer het vertrouwen winnen van je werkgevers. Ze zijn niet altijd bereid om je de kans te geven om je te bewijzen. Het is erop of eronder.''

Door de technologie hebben vrouwen de vrijheid om weer thuis te blijven, schrijft de Nederlandse Edith Hagenaar (33) in haar boek Wahm! Work at home mom! -- Handboek voor de thuiswerkmama , dat in 2001 verscheen. Het Internet, de laptop, de gsm, ze zijn onontbeerlijk voor vrouwen die thuiswerken.

Terwijl de industrialisatie mannen en vrouwen uit huis naar de fabriek dreef, stuurt de informatisering haar werknemers weer naar huis. Of het een positieve of negatieve evolutie is, is moeilijk uit te maken. De files worden minder lang als mensen zich niet meer elke dag van huis naar kantoor verplaatsen. De kinderopvang is eenvoudiger geregeld als vrouwen of mannen rond vier uur de tijd nemen om naar de schoolpoort te lopen.

De vraag is alleen of thuiswerkmama's hun kansen op een ronkende carrière in een bedrijf niet verspelen, of ze zich niet in de periferie van het bedrijfsleven plaatsen door de laptop naast de wieg te zetten. Hagenaar heeft op die vraag haar eigen antwoord geformuleerd, want ja, zij was het prototype van de ambitieuze vrouw. Haar droom: de directrice worden van een middelgroot bedrijf. Ze slaagde erin -- ze had honderd twintig mensen onder zich -- maar zodra ze bereikt had wat ze wou bereiken, was de drijfveer weg. ,,Ik wilde het met mijn verstand, niet met mijn hart.'' En dus spoort ze alle thuiswerkmama's ter wereld aan te doen wat ze werkelijk graag doen en daarvan hun ambitie en carrière te maken.

Edith Hagenaar werd schrijfster en uitgeefster. Ze werkt 's ochtends vroeg, 's avonds laat en elke zaterdag. Overdag is ze bij haar kinderen van twee, vier en zes jaar, want ze geeft ook thuisonderwijs. ,,Toen ik zwanger was van mijn eerste kind, had ik er geen idee van. Mensen vroegen me: 'Wat ga je doen? Stop je met werken of zoek je een crèche?'

Het moederschap was een groot zwart gat voor mij. Ik begon er totaal onvoorbereid aan. Mijn kind werd te vroeg geboren en ik had nog een stapel werk liggen, want ik had gepland tot de laatste dag door te gaan. Ik lag letterlijk met mijn laptop in mijn kraambed. Het beviel me zo goed dat ik nooit echt zwangerschapsverlof heb opgenomen. Als het kleintje sliep, werkte ik door. Als hij huilde terwijl ik aan de telefoon was, dan zei ik het gewoon: 'Ik werk thuis met mijn baby erbij.' Ik deed alsof het vanzelfsprekend was, en daarom namen mijn klanten het aan.''

Hagenaar kan niet genoeg benadrukken dat het behoorlijk zwaar is om thuis te werken en moeder te zijn. Zeker als je op zelfstandige basis begint. ,,Het duurt lang voor je er geld mee verdient. Zeker als je van nul begint. Je hebt heel veel steun van je omgeving nodig.'' En daar hapert het weleens. Thuiswerkmama's hebben vaak het gevoel dat ze niet ernstig worden genomen in wat ze doen.

,,Er wordt gedacht: wat leuk, ze zit thuis, ze klust wat bij en is er voor de kinderen. In het begin wond ik me er vreselijk over op als ik een man zoiets zag denken. Nu kan ik ze met een opmerking de mond snoeren. Als het zo makkelijk ging, dan zou iedereen direct thuiswerkmama worden. Als je er vanuit die gedachte aan begint, dan kom je bedrogen uit. Het is een echte investering. Want als je je hoofd boven water wilt houden, dan moet je ook buiten komen. Je moet klanten zoeken, contacten leggen, jezelf verkopen. Daarom is het belangrijk om iets te zoeken wat je echt met je hart doet. Pas dan krijg je de energie die je nodig hebt om al het andere erbij te nemen.''

In haar boek ontwikkelde Edith Hagenaar een oefening die mensen op weg helpt naar wat ze echt willen. ,,Het grappige was: ik had de oefening nooit zelf gedaan. Ik dacht dat ik deed wat mijn hart me ingaf. Tot ik een jaar later zelf de oefening deed en ontdekte dat ik alleen nog maar wilde schrijven en uitgeven. Ik zette al mijn nevenactiviteiten op een laag pitje.''

Orde en structuur zijn volgens Hagenaar het belangrijkste voor thuiswerkmama's. ,,Ik hou voor mezelf een strak schema aan. Ik moet weten wanneer wat aan de beurt is. Dat is voor mezelf, mijn kinderen en mijn man het duidelijkst. Ja, er ligt al eens speelgoed op mijn bureau, maar als je alles door elkaar laat lopen, raak je de draad kwijt en loop je van hot naar her. Hoe rigider je schema, hoe flexibeler je bent. Het brengt rust in je hoofd, en die heb je hard nodig. Want het is altijd zoeken naar een balans. Tussen tijd voor jezelf, tijd voor je kinderen en tijd voor je man. Ik geef toe dat dat laatste er het eerst bij inschiet. Ik hoor ook van andere thuiswerkende vrouwen dat hun partners niet altijd begrijpen dat ze nog moeten werken.''

Ze grinnikt. ,,Dikwijls is het makkelijker om aan kinderen duidelijk te maken dat 'mama werkt' dan aan de partners. Zij verwachten een grotere flexibiliteit van hun vrouw of vriendin.''

Of je nu thuis of buitenshuis werkt, de grootste uitdaging blijft privé en werk op elkaar afstemmen. Dit jaar organiseert Markant vzw samen met het Nationaal Instituut voor Thuiswerkers en hun Opleidingen (Nito) en Payamanation voor het eerst een cursus ,,Hoe word ik thuiswerker?'', die zich specifiek op vrouwen richt. Een belangrijk onderdeel in die lessenreeks is de vraag naar evenwicht tussen werk en privé, ook als je bureau thuis is.

,,Omdat je thuis werkt, wordt er van je verwacht dat je snel nog even boodschappen doet of tussendoor het gras maait. Het is belangrijk dat vrouwen zichzelf en hun werk ernstig nemen en dat ze dat respect ook van hun huisgenoten afdwingen'', vertelt Sam Lounis van Nito. Nauwelijks een jaar geleden richtte ze in haar eentje de vzw op, omdat ze -- vooral bij alleenstaande moeders -- een groeiende interesse naar thuiswerk voelde. De cursus is het eerste project van Nito. Er was plaats voor honderd twintig deelnemers, meer dan duizend vrouwen vroegen een brochure aan. ,,Thuiswerken leeft'', zegt Lounis.

Zelf belandde ze door omstandigheden thuis. Ze had een mooie baan als commercieel vertegenwoordiger, maar het bedrijf ging onverwachts failliet. Van de ene dag op de andere stond ze met haar collega's op straat. ,,Ik besefte hoe relatief 'zekerheid' is. Mijn ouders werkten hun leven lang voor hetzelfde bedrijf. Dat is ons niet meer gegund. Is dat jammer? Misschien. Ik put er vooral kracht uit om zelf van alles te doen. Ik heb nu een eigen netwerk van thuis uit opgebouwd. Ik combineer jobs. Dat is precies de kracht van thuiswerkers: we zijn multifunctioneel, we pinnen ons niet vast op één baan, we creëren een beetje onze eigen job.''

Toen Sam Lounis als thuiswerker begon, werd ze bedolven onder vragen van mensen die hetzelfde wilden. ,,Ik ontdekte dat er een verborgen gemeenschap van thuiswerkers is. Mensen die anders willen denken over werken, die niet meer uren in de file willen staan. Tijd die ze liever met hun kinderen of partner delen. Toen ik nog op kantoor zat, had ik het gevoel dat ik veel miste. Ik werkte om de kinderopvang te betalen en ik had nauwelijks tijd om van mijn kinderen te genieten.''

Toch waarschuwt Lounis vrouwen ervoor hun thuiswerk niet als een alternatief voor de crèche of de onthaalmoeder te zien. ,,Het beeld van de vrouw aan de computer met de baby op schoot is een beetje karikaturaal. Het gebeurt natuurlijk, maar het kan niet de bedoeling zijn. Ik bepaal zelf mijn uren, waardoor ik de opvang buitenshuis tot een minimum beperk. Maar ik kan niet geconcentreerd werken als er twee kinderen in de andere kamer om de lego vechten.

Thuiswerken is geen uitbreiding van thuis zijn. Het is belangrijk dat je duidelijk je uren afbakent. Ik begin om halfnegen en ik stop om drie, met een middagpauze van twintig minuten. Als het nodig is, werk ik 's avonds of in het weekend door.''

Lounis is ervan overtuigd dat het thuiswerken zal groeien. ,,We zijn een realistische generatie'', stelt ze. ,,Als de overheid zegt: 'Er komen 200.000 banen bij', dan denk ik: 'Goed, maar ik zal er niet op wachten.' Wie kan me garanderen dat ik over dertig jaar een pensioen heb? Niemand, alleen ikzelf. Ik moet zelf voor mijn toekomst zorgen. Dat voorbeeld wil ik aan mijn kinderen geven. Zij zullen minder bang zijn om het heft in handen te nemen. Ze zien hoe trots hun mama is dat ze haar eigen werk schept.''

Toch loopt het pad naar thuiswerk niet voor iedereen over rozen. Klanten vinden is de eerste hoge drempel waarover elke debutant struikelt. De internetsite Payamanation -- een samentrekking van pyjama en nation -- wil die hindernis slopen en werkgevers en thuiswerkers dichter bij elkaar brengen. Ze nodigt bedrijven uit om hun vacatures voor thuiswerkers te afficheren; thuiswerkers kunnen op de site op banen reageren. Peggy Leys heeft bedenkingen bij het systeem. ,,Ik heb al vaak gesolliciteerd, maar nooit kreeg ik een antwoord. Het is me te vrijblijvend. Je hebt er geen zicht op of je profiel bij de juiste bedrijven terechtkomt.''

Kristel De Kempeneer (36) is dan weer vol lof over het platform. ,,Door hen heb ik de beste contacten gelegd. Ik werk nu een jaar thuis en ik heb nog al mijn klanten met wie ik begonnen ben. Op dit moment moet ik zelfs werk weigeren.'' De Kempeneer is een afspraakplanner en regelt de kwaliteitscontroles van een internationale hotelketen. ,,Eén keer is het fout gelopen, dat moet ik toegeven. Ik plande de afspraken voor een transportbedrijf. Op een dag is mijn contactpersoon met de noorderzon vertrokken, met een flink pak van het geld. Mijn facturen zijn nooit betaald.''

Kristel De Kempeneer haalt de schouders op. ,,De risico's van het vak'', glimlacht ze. De zon schijnt. We zitten aan de tafel bij haar in de tuin. ,,Mijn bureau is binnen'', zegt ze, ,,maar deze zomer zat ik met mijn laptop buiten. Ik ben een fervent voorstander van thuiswerk. Ik heb drie kinderen. Het knaagde dat ik zo weinig tijd voor hen had. Uiteindelijk zet je geen kinderen op de wereld om ze door derden te laten opvoeden. Je moet je verantwoordelijkheid nemen. Vroeger was ik nooit voor halfacht 's avonds thuis en 's morgens was het stressen om hen op tijd op school te krijgen. Nu heb ik 's morgens alle tijd, en 's avonds ben ik er als ze thuiskomen. Terwijl zij hun huiswerk maken, trek ik me nog wat terug in mijn kantoor.''

Eenzaamheid, gebrek aan sociale contacten: Kristel De Kempeneer heeft er weinig last van. ,,Ik heb nooit vriendschappen en werk gemengd. Ik ken voldoende mensen die vier vijfde werken. Over de middag spreken we weleens af voor een koffie.

Ik vrees wel een beetje dat thuiswerkers nogal makkelijk de puur administratieve en uitvoerende baantjes krijgen. Dat is het veiligste voor een bedrijf. Sinds ik thuis ben, neem ik veel sneller initiatieven. Ik opper ideeën, ik doe voorstellen, gewoon om niet te verzanden. Vroeger sprak ik nooit over mijn werk, nu steeds vaker, omdat die contacten zo belangrijk zijn. Via via komt er altijd werk bij. Is dat een voor- of een nadeel? Het hangt van je karakter af. Je hebt er lef voor nodig. Maar precies door thuis te werken, heb ik veel meer lef gekregen.''

Zestig procent van de ingeschreven profielen op de site van Payamanation zijn vrouwen. Alles bij elkaar verzamelde Payamanation in drie jaar tijd 10.000 profielen. De informaticafuncties worden bijna exclusief door mannen ingevuld. Vertaalopdrachten, grafisch werk en andere komen bij vrouwen terecht. Michel Piedfort van Payamanation droomt ervan via zijn site een onzichtbaar netwerk van thuiswerkers te creëren. Hij haalde de mosterd in Amerika. Daar is de trend al langer duidelijk: steeds meer mensen richten er een bedrijf op, niet met de bedoeling gigantische winsten te maken, wel om er op een aangename manier van te leven. ,,Het is iets heel vrouwelijks'', zegt Piedfort. ,,Als vrouwen een bedrijf beginnen, houden ze het lang klein. Mannen gaan voor groei en overnames.''

Ondertussen kreeg de site van Piedfort de steun van de Vlaamse overheid. Bedrijven die banen afficheren, worden gesubsidieerd. ,,Een belangrijk signaal'', vindt Piedfort. ,,Nog altijd heerst bij bedrijven een beetje wantrouwen. Tja, op een thuiswerker hebben ze minder controle. Hij of zij is een onafhankelijke vogel, die leeft van zijn of haar talent.''

Maar Patricia Ceysens, de Vlaamse minister van Economie, Buitenlandse Betrekkingen en E-government, is helemaal gewonnen voor het initiatief. Was zij het niet die vanuit haar kraambed de parlementaire zittingen op de laptop volgde? ,,Zulke voorbeelden hebben we nodig'', zegt Sam Lounis. ,,Ik ben heel blij met wat het feminisme voor ons verwezenlijkt heeft, maar het feminisme heeft de vrouwen ook uit huis gejaagd. Plots werd je met de nek bekeken als je thuis naaiwerk deed. Onze moeders hebben voor een plaats in de maatschappij gevochten, ik ben blij dat we er nu in slagen die plaats te combineren met een plaats bij onze kinderen.''

,,Ach'', zucht Kristel De Kempeneer, ,,iedereen moet doen waar hij zich het beste bij voelt. Ik zou het erg vinden als we ineens uit huis werkende moeders met de nek beginnen te bekijken. Alles heeft een keerzijde. Je moet voor jezelf uitmaken met welke keerzijde je het beste leeft.''

zondag, maart 12, 2006

Anti-file

Met wat inspanning kunnen bedrijven de files aanzienlijk korter maken. Alleen is het er tot nu toe nog niet echt van gekomen. De voorbeelden van Colruyt en de provincie Limburg bieden misschien inspiratie.
Soms zit het in heel kleine dingen. Een spiegel in de fietsenstalling bijvoorbeeld, zodat de dames na het afstijgen van hun rijwiel hun haar wat kunnen fatsoeneren alvorens hun collega's onder ogen te komen. Het is een klein, maar opmerkelijk elementje van het bedrijfsvervoerplan waarvoor de provincie Limburg gisteren door minister van Mobiliteit Gilbert Bossuyt (SP.A) onderscheiden werd. Het spiegeltje en een reeks andere fietsvriendelijke maatregelen leidden ertoe dat het aantal fietsende ambtenaren toegenomen is van 11 naar 16 procent.

De resultaten van het bedrijfsvervoerplan van Colruyt, eveneens onderscheiden, zijn nog spectaculairder. Een kleine 5 miljoen autokilometers per jaar bespaart het supermarktbedrijf dankzij een reeks maatregelen. Daarmee kan je 125 keer de wereld rond. Maar Colruyt en de provincie Limburg zijn uitzonderingen. In de afgelopen tien jaar zijn niet meer dan tachtig bedrijfsvervoerplannen tot stand gekomen, waarvan vijftig van individuele bedrijven.

De bedrijfsvervoerplannen werden in het begin van de jaren '90 gelanceerd door de Vlaamse regering. Het idee was dat bedrijven zelf een steentje konden bijdragen aan het verminderen van de fileproblematiek, die voornamelijk door woon-werkverkeer veroorzaakt wordt. Door een bedrijfsvervoerplan op te stellen, inventariseert een bedrijf de vervoerspatronen van het personeel en stelt het maatregelen voor om het aantal autokilometers te verminderen.

De overheid wil het mobiliteitsmanagement door bedrijven een nieuwe impuls geven. Dat is hard nodig. Het aantal auto's op de weg groeit nog steeds. Terwijl er in 1998 ongeveer 4,5 miljoen personenkilometer via de autowegen werd afgelegd, zal dat in 2010 opgelopen zijn tot 6,5 miljoen personenkilometer. In diezelfde periode blijft het aantal per trein afgelegde personenkilometer ongeveer gelijk op 2,5 miljoen. In 2010 zal de auto 70 procent van het woon-werkverkeer voor zijn rekening nemen en het openbaar vervoer 16 procent.

,,De reservecapaciteit van de wegen is onvoldoende om de groei op te vangen'', zei Cor Dierckx, adviseur van Vlaams minister van Mobiliteit Gilbert Bossuyt (SP.A) gisteren op een ontmoetingsdag over mobiliteitsmanagement in Vilvoorde. ,,Vergeet niet dat 1 procent meer verkeer 4 procent langere files betekent''. De trends zijn echter niet gunstig. Thuiswerken wordt stelselmatig minder populair. Carpoolen kent evenmin veel aanhangers. Van de drieduizend bedrijven aan wie gevraagd werd zich aan te sluiten bij de carpooldatabank, hebben er 28 daadwerkelijk de stap gezet. Om het tij te keren zijn dus extra maatregelen nodig.

Behalve Colruyt en de provincie Limburg heeft ook de Vlaamse overheid zelf aangetoond dat een trendbreuk met doelgerichte maatregelen haalbaar is. Van de Vlaamse ambtenaren die in Brussel werken, komt 75 procent met het openbaar vervoer en doet 7 procent aan carpoolen. Dat komt doordat de Vlaamse kantoren dicht bij de spoorwegstations liggen, en doordat de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer volledig worden terugbetaald. ,,Inzake woon-werkverkeer is het Vlaamse Gewest als werkgever succesvoller geweest dan als beleidsmaker'', geeft Dierckx eerlijk toe. ,,Behalve de inspanningen van enkele pilootbedrijven is er nog weinig structureel in beweging gekomen''.

zaterdag, maart 11, 2006

Telewerken

Enkele jaren geleden werd telewerken ingehaald als de panacee tegen files, stress, werkloosheid en de hoge prijs van huizen in de buitenstad. Maar het werd een flop. Of zo leek het toch. Want wat blijkt uit een nieuw rapport van het Gentse studiebureau InSites? Telewerken is heel stilletjes aan een heuse doorbraak bezig.
Van de 1,5 miljoen werknemers die in aanmerking komen voor telewerken, is 10 procent - 150.000 mensen - vandaag al occasioneel of geregeld van op afstand (thuis of elders) aan de slag. Zo'n 20.000 Belgen doen dat zelfs voltijds. Een cijfer dat veel mensen zal hebben verrast. Toch is er een goede kans dat deze geruisloze opmars zich verderzet.

Telewerken heeft af te rekenen met heel wat vooroordelen. Wie op kantoor zit te zwoegen, verdenkt er de thuiswerker van dat die met de voeten omhoog in de luie zetel ligt, het pilsje binnen handbereik. Die thuiswerker is dan weer bang dat hij uitgesloten wordt uit de informele netwerken, en zo zijn kansen op promotie verkijkt.

Ze hebben allebei ongelijk. Ten eerste wordt er heel weinig gelanterfant in het thuiskantoor. Mijn ervaring is dat alleen de meest betrouwbare, hardst werkende personen het aandurven om thuis te zitten. En eenmaal zij gekozen hebben voor telewerken, gaat hun productie nog omhoog. Voor een stuk omdat ze thuis ongestoord kunnen voortwerken en omdat ze langere uren effectief werken. Maar ook omdat zij, naar hun oversten en collega's toe, hun inzet alleen nog kunnen bewijzen via harde resultaten, niet meer door druk met papieren te schuifelen wanneer de baas langswandelt. In feite staan thuiswerkers onder grotere prestatiedruk dan hun collega's op kantoor.

Aan de andere kant is het ook niet noodzakelijk zo, dat de thuiswerker zijn carrièrekansen vergooit. Wie dagelijks onder de neus van zijn oversten zit, die kan zijn kwaliteiten misschien beter demonstreren -- maar zijn kleinere kantjes ook minder goed verbergen. De thuiswerker die het slim aan boord legt, kan rond zichzelf een zekere mystiek creëren die best in zijn voordeel kan spelen.

En dan ga ik er nog van uit dat de baas en collega's überhaupt het verschil kunnen zien tussen wie thuis werkt en wie op kantoor. Steeds vaker is dat niet eens meer het geval. Het is mij al overkomen dat ik op dezelfde dag herhaaldelijk gebeld en gemaild heb met een collega, in de volste overtuiging dat die op dat moment thuis zat te werken. Om hem vervolgens bij het koffiezetapparaat tegen het lijf te lopen. Vandaag hebben heel wat mensen op hun businesscard nog twee 'adressen' staan: hun gsm-nummer en hun e-mailadres. Die twee adressen zijn onafhankelijk van waar je nu precies zit. Niemand hoeft nog te weten dat je in pantoffels door de huiskamer slentert.

In de Verenigde Staten staan ze wat dat betreft een stuk verder. Voor een aantal maanden in 1999 werkte ik op een kantoortje in San Francisco terwijl mijn baas in Los Angeles zat (en haar baas weer in Boston). Na een interne reorganisatie ressorteerde ik opeens rechtstreeks onder iemand in Boston. Mijn collega aan het bureau een paar meter links van mij, rapporteerde aan een baas die ergens in New York van thuis uit werkte. In dat bedrijf vond niemand dit bijzonder ongewoon.

In Europa zullen wij er ook wel aan wennen. Maar het is een grote omschakeling, en niet iedereen zal die kunnen of willen maken. En dat hoeft ook niet. Wie nieuw is in een bedrijf, laat zich liever wat vaker zien bij zijn baas en wil heel waarschijnlijk ook zijn collega's eerst wat leren kennen. Maar telewerken is een ideale formule voor een werknemer die al een ietsje ouder en meer ervaren is, maar nog jong genoeg om zich comfortabel te voelen met Internet, e-mail, gsm en sms. Iemand die ook zeker is van zijn eigen kunnen, en niet bang om uitsluitend te worden beoordeeld op de kwaliteit van zijn geleverde werk.

Ik geloof dat steeds meer mensen in dat plaatje passen. Wat mijzelf betreft: ik werk zo'n drie of vier dagen per maand thuis. En dat zal wel ongeveer het gemiddelde zijn van de Belgische telewerkers, vermoed ik. Mijn Telenet-aansluiting geeft mij heel wat meer bandbreedte dan ik op kantoor heb. Mijn telefoon wordt gewoon doorgeschakeld. Ik merk ook, dat ik thuis beduidend meer werk verzet. Toch zie ik mij niet meteen overschakelen op 100 procent thuiswerken. Maar wie weet, misschien over een paar jaar wel. Het is leuk om die keuze te hebben.

Mobiliteitsproblemen

Zeventig procent van de Belgische bedrijven zijn soms moeilijk bereikbaar voor hun personeel. De bedrijven zijn vaak zelf niet in staat oplossingen te vinden. Dat blijkt uit een studie van The Boston Consulting Group (BCG) bij 150 bedrijven.
Uit de enquête, uitgevoerd tussen oktober en december 2003, blijkt dat bij bedrijven de mobiliteitsproblemen van personen een grotere zorg zijn dan die van goederen. Zo ondervindt 70 procent van de ondernemingen problemen met mobiliteit van personen, daar waar dit voor het goederenvervoer 'maar' 55 procent is.

De studie toont niet alleen aan dat het voor de bedrijven uiterst belangrijk is dat de onderneming (vooral tijdens de spitsuren) toegankelijk is via de weg, maar ook dat de groeiende verkeersproblemen een negatieve invloed kunnen hebben op het personeelsbeheer. Zo is het opvallend dat 51 procent van de bedrijven aangeeft dat de groeiende verkeersproblemen een mogelijke negatieve invloed hebben op de aanwerving van personeel.

Geen oplossingen

Voorts blijkt uit de studie dat de bedrijven de problemen wel kennen (81 procent), maar dat ze geen oplossingen zien (46 procent). Bedrijfsinterne oplossingen (zoals flexibele begin- en einduren en het tele-thuiswerken) zijn vrij beperkt en bedrijven rekenen vooral op externe oplossingen, zoals de verbetering van de multimodaliteit (circa 70 procent is ontevreden over de diversiteit van het transportaanbod) en fiscale voordelen voor openbaar vervoer.

Wat betreft het vervoer van goederen blijft het vervoer via de weg dominant (meer dan 80 procent) en daar wordt ook niet meteen verandering in verwacht. Ook hier zijn de bedrijven geneigd eventuele problemen te externaliseren; zo wordt het transport bij bedrijven vaak uitbesteed.

Het VBO, Febiac en de NMBS gaan samen rond de tafel zitten om te zoeken naar overkoepelende oplossingen voor de problematiek.

vrijdag, maart 10, 2006

Overheid leidt thuiswerkers op

De Vlaamse Gemeenschap gaat honderd freelance thuiswerkers opleiden. Met de cursus wil de overheid geïnteresseerden een realistisch beeld geven van de mogelijkheden, mensen ertoe aanzetten anders te gaan werken en de bevolking warm maken voor het zelfstandige statuut.
De opleiding wil het freelance thuiswerken promoten, en niet het telewerken. In ons land is maar drie procent van de beroepsbevolking zelfstandig.

Volgens het Nationaal Instituut voor Thuiswerkers en hun Opleidingen (Nito) zijn mensen wel degelijk geïnteresseerd in het freelance statuut, voor zover ze een garantie hebben dat ze voldoende klanten blijven hebben. De belangrijkste drijfveren voor starters zijn: werken op projectbasis voor verschillende opdrachtgevers, eigen baas zijn, zelf je werktijd kunnen bepalen en fileproblemen vermijden.

De cursus wordt georganiseerd door Nito in samenwerking met Markant, De Nederlandstalige Vrouwenraad en Pajamanation.be in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, het Centrum voor Zelfstandig Ondernemende Vrouwen (Vesoc) en het Europees Sociaal Fonds.

Tijdens een 36 uur durende opleiding en stage maken cursisten kennis met de nieuwe functies bij thuiswerken. Er wordt hun geleerd hoe ze een idee kunnen uitwerken tot een economisch rendabel concept, ze krijgen praktische tips voor het inrichten van hun thuiskantoor en er wordt getoond hoe ze privé- en werktijd optimaal kunnen organiseren. Er zijn ook workshops voorzien die leren hoe ze klanten kunnen vinden, hoe ze ermee kunnen communiceren en hoe ze de prijs van hun diensten moeten bepalen. De opleiding wil mensen ook in contact brengen met een aantal nieuwe functies zoals e-marketeer en e-researcher.

maandag, maart 06, 2006

Eén op vijf werknemers kan e-werken

Bijna één op de vijf Vlaamse bedrijven bieden hun werknemers de mogelijkheid tot 'e-werken', elektronisch werken van huis uit. Vooral werknemers uit de overheids- en non-profitsector kunnen kiezen voor e-werken. Dat heeft Vlaams minister Patricia Ceysens bekendgemaakt. Ceysens plant een 'e-werken actieplan' omwille van de werken op de Antwerpse ring.
De cijfers moeten wel genuanceerd worden. Uit de studie blijkt immers ook dat 7,7 procent van de bedrijven e-werken aanbiedt zonder enige vorm van ondersteuning zoals het ter beschikking stellen van een draagbare computer of een internetverbinding. Als e-werken betekent dat bedrijven hun werknemers daadwerkelijk ondersteunen, dan biedt slechts 11,5 procent van de Vlaamse bedrijven elektronisch thuiswerken als een optie aan.

Vooral werknemers actief bij de overheid (25,7 procent) en non-profit (21,5 procent) kunnen kiezen voor e-werken. Bij de industrie is dit slechts in 12,5 procent van de bedrijven het geval.

België hinkt achterop in vergelijking met Nederland. Daar biedt meer dan 30 procent van de bedrijven hun werknemers de mogelijkheid aan tot e-werken. Andere studies tonen aan dat twee op de drie Europese bedrijven hun werknemers die mogelijkheid bieden.

Minister Ceysens kondigde vandaag een 'e-werken actieplan' aan, specifiek voor de werken op de Antwerpse ring. Vrijdag vindt hierover onder meer een rondetafel plaats met de Antwerpse bedrijven.

zondag, maart 05, 2006

E-werk award

Deelname staat open voor alle organisaties uit Vlaanderen die niet in de ICT-sector werkzaam zijn en die aan de overige voorwaarden van het reglement voldoen. Nomineren van derden is mogelijk (bv. Een werknemer die zijn werkgever nomineert of een ICT-bedrijf dat zijn klant nomineert etc.). ICT-bedrijven blijven uitgesloten om genomineerd te worden of om zelf mee te dingen.

Voor de e-werk award 2006 komen afgeronde pilootprojecten in aanmerking; lopende
e-werkprojecten en projecten op het gebied van kantoor- of werkproces-innovatie, waarvan de invoering van e-werk een belangrijk onderdeel is.

vrijdag, maart 03, 2006

E-werkprijzen

Op 30 juni reikt Vlaams parlementslid Patricia Ceysens (VLD) de e-werkprijzen 2006 uit tijdens een conferentie over e-werken in het Vlaams parlement.

Met de e-werkprijzen wil Ceysens het e-werken - of het werken van thuis uit - in Vlaanderen aanmoedigen. Er zijn twee nominaties: de prijs 'e-mama/e-papa' voor wie door e-werk meer tijd vrijmaakt voor zijn gezin en de 'e-werk award' voor werkgevers met vernieuwende projecten rond e-werken.

Inschrijven kan vanaf 1 maart tot en met 31 mei via het formulier dat je kan downloaden op de website www.e-werkprijzen.be

woensdag, maart 01, 2006

Beeldschermwerkers

In de Vlaamse ondernemingen en instellingen met meer dan tien werknemers is het aantal personeelsleden dat aan een beeldscherm werkt, gestegen van 42 naar 57 procent tussen 2001 en 2004. Dat blijkt uit een driejaarlijkse peiling van de Stichting Technologie Vlaanderen (STV) bij personeelsverantwoordelijken of zaakvoerders.

Het percentage ondernemingen en instellingen dat belangrijke informatica-investeringen heeft verricht, liep in die periode met 15 punten terug, maar blijft met 68 procent op een hoog niveau.

In 2004 werd 18 procent van de bestellingen bij Vlaamse ondernemingen gedaan via elektronische weg, tegenover nog maar 11 procent in 2001. Het aantal elektronische bestellingen van de ondernemingen steeg van 14 tot 26 procent.