woensdag, juni 28, 2006

Mobiele werkers

Het aantal werknemers dat een of meer dagen per week niet op kantoor werkt, neemt toe. Deze mobiele werkers werken harder en efficiënter maar vrezen voor hun carrièrekansen. Zij missen het contact met de collega's en komen minder in beeld voor promotie. Dat blijkt uit een onderzoek van IBM Business Consultants bij 351 mobiele werkers in 29 Europese landen.

Het onderzoek van de afdeling human capital services (HCS) van de managementadviseur IBM Business Consultants peilde door middel van persoonlijke interviews naar de problemen en voordelen van mobiel werken. Door de sterke spreiding van de ondervraagden over 29 Europese landen en alle bedrijfssectoren een breed en evenwichtig beeld van de voor- en nadelen van mobiel werken. In bepaalde landen zoals Nederland (26%) werkt een groot deel van de werknemers al mobiel. België hangt achteraan met 10 procent tegen 13 procent voor het Europese gemiddelde. Ook bepaalde functies zoals managers, verkoop- en marketingpersoneel en financiële medewerkers werken vaker mobiel dan de mensen van de personeels- en aankoopdienst.

dinsdag, juni 27, 2006

Anders werken

De Vlaamse overheid doet het met 11 m² per ambtenaar minder, maar realiseert vooral een mentaliteitsommezwaai.
In maart 2007 moet het project ,,Anders Werken'' van de Vlaamse overheid klaar zijn. Zeventig procent van de 6.000 Vlaamse ambtenaren in Brussel heeft dan geen vast bureau meer, maar kiest elke morgen waar hij of zij plaats neemt in het landschapskantoor. Of hij of zij blijft thuis en werkt via het internet.

Doordat niemand nog een vaste plek heeft, kan de Vlaamse overheid een stevige oppervlaktebesparing doorvoeren. Iedereen die thuis of deeltijds werkt, met vakantie is of ziek is, neemt geen plaats meer in.

,,Nu huurt Vlaanderen zo'n 180.000 m² kantoorruimte in Brussel, tegen 200 euro per m² per jaar. Dat zal geleidelijk dalen naar 130.000 m². Gemiddeld gebruikt een ambtenaar dan geen 30 m², maar nog slechts 19 m² kantoorruimte. Toch is een financiële besparing niet meteen de bedoeling, we investeren meteen veel in de nieuwe inrichting en goede ICT-voorzieningen. Ook in het telethuiswerken pompen we veel geld'', zegt Patrick Bieghs, hoofd van de afdeling Huisvesting in Vlaams-Brabant en Brussel.

De derde verdieping van het Boudewijngebouw, bij het departement Algemene Zaken en Financiën, was een van de proefprojecten voor ,,Anders Werken''. De oorspronkelijke 85 werkplekken werden omgebouwd tot 140 bureaus in een open landschap. Die kunnen makkelijk de 170 ambtenaren van de afdeling huisvesten.

,,Het is vooral een enorme mentaliteitsommezwaai. Onze ambtenaren moeten meer thuis werken, hebben veel meer sociaal contact met veel meer collega's. Er is duidelijk meer sociale controle, iedereen kan van elkaar zien of er effectief gewerkt wordt. Uren niets doen kan niet meer'', zegt Leo Victor, topambtenaar voor de Modernisering van de Vlaamse overheid.

Victor heeft zelf geen aparte kantoorruimte meer, hij zit midden tussen zijn medewerkers aan een ,,landschapsbureau''. Als hij rustig wil telefoneren, gaat hij naar een cockpit, een van de kleinere kantoortjes aan de rand van de zaal.

,,In het Phoenixgebouw zijn al zo'n vijfhonderd ambtenaren overgeschakeld op ,,Anders Werken''. Binnenkort worden ook de vierde en vijfde verdieping van het Boudewijngebouw volledig omgebouwd. Maar het grootste project is de verhuizing van 1.500 ambtenaren van het Markiesgebouw naar het Ellipse-gebouw aan de Albert II-laan, eind dit jaar en begin volgend jaar. Die ambtenaren gaan meteen aan de slag aan landschapsbureaus die ze delen'', zegt Jo De Leenheer van de Kenniscel Anders Werken. ,,Niet alleen in Brussel schakelen we om, ook in de provincies. In Hasselt werkt iedereen al volgens de nieuwe methode, de andere provinciehoofdsteden volgen.''

,,Men heeft tot nu toe toch vooral veel ambtenaren in grote open ruimtes samengezet. De investeringen op vlak van thuiswerken en andere voorzieningen lopen duidelijk achter'', zegt Ann Vermorgen van de christelijke ambtenarenvakbond. ,,Het personeel is tot nu toe ook te weinig betrokken geweest bij de hele operatie. De diensten zijn hervormd, nu moet iedereen ook verhuizen en anders gaan werken. Dat is toch een hele aanpassing.''

Ook voor mensen met een handicap is de nieuwe manier van werken een hele aanpassing. De werkplekken zijn vaak niet aangepast aan hun noden.

maandag, juni 26, 2006

Tijd voor telewerk

De studie 'Tijd voor telewerk' van Michel Walrave en Elke Dens geeft weer dat 17,6% van de actieve bevolking in Vlaanderen aan één of andere vorm van e-werken doet. Van deze 17,6% ondervraagde e-werkers werkt er 81,7% van thuis uit, 9,1% werkt mobiel, 3,2% werkt in een e-werkcenter, 2,3% in een satellietkantoor en 3,7% werkt elders (bv. bij een klant). We kunnen concluderen dat de meeste e-werkers in Vlaanderen effectief thuiswerkers zijn (dit betekent niet dat het gaat om voltijds thuiswerk). E-werken vanuit een satellietkantoor of een e-werkcenter wordt minder gedaan. Voor meer informatie over deze studie: surf naar www.tijdvoortelewerk.be of zie WALRAVE, Michel en DENS, Elke, Tijd voor telewerk , Mechelen: Kluwer uitgevers, 2003, 237p.

maandag, juni 19, 2006

Telewerk

Roger Blanpain, professor arbeidsrecht ,,Telewerk is geen wondermiddel. Het lost de files niet op." Dat zegt Roger Blanpain. Zijn boodschap: leg telewerk niet op, maar laat het spontaan groeien.
Telewerk zit in de lift. Meer dan de helft van de Belgen (54 procent) denkt dat thuiswerk mogelijk is en productiever is dan werken op kantoor. Daarmee behaalt ons land de hoogste score in een bevraging in vijftien Europese landen. Slechts één op de vijf Belgen kant zich resoluut tegen een uitbreiding van telewerk.

,,Hoeveel telewerkers er in ons land zijn, weten we niet precies. Cijfers spreken over één op de tien werknemers. In Scandinavië (een voortrekker in telewerk) zou dat één op de vijf zijn", zegt Roger Blanpain, professor arbeidsrecht, naar aanleiding van de publicatie van zijn boek Telewerk: arbeidsrecht en praktijk .

,,Die cijfers vallen echter in twijfel te trekken. Er bestaan namelijk verschillende soorten van telewerk. Zo heb je mobiele telewerkers, zoals vertegenwoordigers, of bedrijven met satellietkantoren en natuurlijk de groep van mensen die thuis werkt..

Thuiswerk wordt vaak gezien als het wondermiddel om de fileproblemen op te lossen. Is dat droom of realiteit?

Het debat is omgeslagen. Vroeger werd thuiswerk door heel wat mensen de hemel in geprezen. Het was hét wondermiddel om de files op te lossen, de CO-uitstoot te verminderen, kantoorruimte te besparen, meer gehandicapten in dienst te kunnen nemen, enzovoort. Maar dat is larie.

We moeten het hoofd koel houden. Telewerk is er niet voor elke job. Bouwvakkers, leerkrachten, verplegers of trambestuurders komen daarvoor niet in aanmerking.

Telewerk is er ook niet voor iedereen. Werknemers moeten daarvoor flexibel genoeg zijn en zelfstandig kunnen werken. Niet iedereen is bovendien voldoende uitgerust om thuis te kunnen werken.

Staan werkgevers wel te springen voor meer telewerk? Zij willen hun personeel toch vooral kunnen controleren?

Werkgevers willen één ding: hun klanten tevreden stellen en de kosten drukken. Telewerkers kunnen een bedrijf veel aan infrastructuurkosten besparen, zoals kantoorruimte. Het is gewoon een andere manier van werken, aangepast aan de noden van de onderneming en aan de wensen van de werknemer. Dat de bedrijven hun personeel niet meer zouden kunnen controleren, mag geen argument zijn. Als de telewerker op zijn computer inlogt, kan de werkgever al zijn handelingen nagaan.

Eén ding is wel duidelijk: zowel werkgevers als werknemers staan afkerig tegenover voltijds telewerk. Zij vrezen sociale isolatie, niet in het team te spelen, er niet meer bij te horen. Dat willen de mensen niet. Daarom kiezen de meesten voor deeltijds telewerk, slechts één of twee dagen in de week (zie hierboven) . Telewerk is dus meestal occasioneel en informeel. Dat is niet slecht. Telewerk structureel maken, beantwoordt niet aan de realiteit.

Moet de overheid meer doen om telewerk te stimuleren?

Wat de overheid vooral moet doen, is een goede infrastructuur bieden, zoals overal breedbandinternet, en de mogelijkheid tot vorming. Vlaanderen is daar goed mee bezig. Wat we vooral niet moeten doen, is te veel regeltjes opleggen. Een apart arbeidsstatuut voor telewerkers is in de praktijk onuitvoerbaar. Vaak leidt dat tot gemengde overeenkomsten, en juridische slordigheden. Telewerkers zijn werknemers zoals alle andere. Hun specifieke noden kunnen perfect in een gewone arbeidsovereenkomst worden geregeld. Formalisering is niet nodig. Het werkt zelfs averechts. Daarom mijn boodschap: telewerk zal groeien, maar laat het spontaan groeien. Let it be , leg het niet aan de mensen op.

zondag, juni 18, 2006

Bedrijven vragen flexibele arbeidsregeling

Voka West-Vlaanderen en Easypay hebben de flexibiliteit onderzocht bij 102 West-Vlaamse bedrijven.
AAN de hand van een zestigtal vragen werd een beeld geschetst van hoe flexibel West-Vlaamse ondernemingen zijn. ,,Uit de resultaten blijkt dat de meeste bedrijven zich flexibel opstellen'', zegt Fries Vandendriessche van Easypay. ,,Maar er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende vormen van flexibiliteit.''

Zo is er tijdskrediet, wat 75 procent van de bevraagde bedrijven toepast, en recuperatie van overuren, wat in 82 procent van de bedrijven gebeurt. Voorts zijn er enkele minder populaire flexibiliteitsvormen. De glijdende uurregeling, waarbij werknemers zelf het begin en einde van de werkuren kunnen kiezen, wordt in 35 procent van de bedrijven toegepast. Flexibele arbeidsroosters, waarbij werkgevers bijvoorbeeld tijdens piekmomenten de werktijd kunnen opdrijven boven de toegestane werktijd, zijn er in 34 procent van de ondernemingen. En in 18 procent van de bedrijven wordt er aan thuiswerk gedaan.

,,De resultaten zijn voor een deel ook logisch'', zegt Vandendriessche. ,,Tijdskrediet en de recuperatie van overuren worden algemeen toegepast. Die twee vormen van flexibiliteit zijn dan ook wettelijk goed geregeld. Dat thuiswerk nog niet zo hoog scoort, komt omdat het nog een vrij recent fenomeen is. Maar het zal aan belang winnen.''

Volgens Vandendriessche is een belangrijke conclusie van de bevraging dat vooral de werknemers vragende partij zijn voor glijdende werkuren. ,,Werknemers kunnen met glijdende werkuren hun werk beter afstellen op hun privé-leven. De werkgevers daarentegen willen vooral flexibele arbeidsroosters. Ze staan onder druk van de concurrentie en kunnen met de flexibele arbeidsroosters piekmomenten beter opvangen. Daarom vragen ze aan de overheid om hiervoor een wettelijk kader te scheppen.''

Een andere conclusie is dat grote ondernemingen flexibeler zijn dan kleine bedrijven. ,,Het is duidelijk naar voren gekomen dat flexibiliteit groeit binnen een onderneming'', zegt Vandendriessche. ,,En dat ligt ook voor de hand. Tijdskrediet en recuperatie van overuren gebeurt weinig in kleine bedrijven, want die kunnen dat moeilijker opvangen. Grotere bedrijven kunnen meer experimenteren. Maar we merken wel dat bedrijven uiteindelijk een evenwicht moeten vinden en voor een bepaalde vorm van flexibiliteit kiezen.''

De bevraging gebeurde enkel bij West-Vlaamse bedrijven. ,,Maar het lijkt mij interessant om een vergelijking te kunnen maken tussen de provincies. Ik verwacht daar wel enkele verschillen in de vormen van flexibiliteit die worden toegepast'', zegt Vandendriessche.

zaterdag, juni 17, 2006

Conferentie ANDERS WERKEN

Telewerken is en blijft maatwerk. Onze opleiding is echter een bron van praktische informatie met voorbeeldcases en tips voor al wie op een formele en succesvolle manier wil telewerken. In de opleiding behandelen we de succesfactoren en mogelijke valkuilen van verschillende vormen van telewerk, met name telethuiswerken, werken in satellietkantoren of telecentra en mobiel werken. Deze gratis opleiding, gesteund door het Europees Sociaal Fonds, VESOC, en de Vlaamse Gemeenschap, is ontwikkeld in het kader van het project "Anders Werken".

Aan dit proefproject namen bedrijven deel die een telewerk pilootproject wilden starten of hun bestaande vorm van telewerk wilden evalueren. Het luik van de opleiding voor managers vond plaats van november 2004 tot januari 2005, het luik voor telewerkers van februari tot maart 2005. CEZOV, NITO en Prof. Dr. Michel Walrave volgden de telewerkprojecten binnen de deelnemende bedrijven op. Aan de hand van de verschillende ervaringen is een praktische handleiding geschreven voor managers en werknemers die telewerk op een doordachte manier willen toepassen.

zondag, juni 11, 2006

Niet uw werkplek maakt u ziek, maar wel uw werk

Het 'sick building syndroom' is de verzamelnaam van symptomen die worden toegeschreven aan de werkplek. Een van de meest uitgebreide studies die tot nog toe over dit onderwerp zijn gevoerd komt nu tot de conclusie dat niet de werkplek de oorzaak is van de klachten, maar de stress die het werk meebrengt.

De werknemers aan de tand gevoeld

Het onderzoek werd gevoerd in 44 verschillende kantoren in de voorsteden van Londen. 4.052 mannelijke en vrouwelijke bedienden tussen 42 en 62 jaar beantwoordden een vragenlijst waarin werd gepeild naar hun algemene gezondheidstoestand en de mogelijke aanwezigheid van symptomen van het sick building syndroom. De kantoorwerkers kregen ook vragen voorgelegd over de fysieke eigenschappen van de gebouwen waarin ze werkten en de graad van stress die hun werk meebracht.
Meer vrouwen en jongeren

Zoals uit eerdere studies al gebleken is, vertoonden de vrouwen meer symptomen die te maken hebben met het sick building syndroom dan de mannen. De jongere werknemers hadden ook meer klachten dan de oudere. Eén op de vijf vrouwen en één op de zeven mannen vermeldden vijf of meer symptomen die betrekking hebben op het sick building syndroom. De onderzoekers konden wel maar een subtiel verband leggen tussen de fysieke werkomgeving en de symptomen.
Sick job syndroom

Er bestond wel een duidelijk verband tussen de symptomen en het ongenoegen dat werknemers uitten over de stress en het gebrek aan steun op het werk. Opvallend was dat hoe meer de ondervraagden in hun werk gecontroleerd werden, hoe minder symptomen ze hadden. Het is dus beter te spreken over een 'sick job syndroom' dan over een 'sick building syndroom', aldus de onderzoekers.

Maar hieruit besluiten dat de werkomgeving geen enkele invloed heeft op de gezondheid van de werknemer is fout. Ze ligt namelijk ook aan de basis van nogal wat beroepsziekten.

maandag, juni 05, 2006

Kostprijs werkplek

11.696 euro. Dat was in 2005 de kostprijs van een gemiddelde werkplek per jaar in een Belgisch kantoorgebouw. AOS Belgium berekende dat aan de hand van zijn occupancy cost index (OCI).

De index van AOS Belgium, dat zich opwerpt als het Belgische nummer een in het advies en beheer van de tertiaire werkomgeving, geeft een gedetailleerd inzicht in de kostprijs per werkplek voor kantoorgebouwen in België en wordt voortaan elk jaar bekendgemaakt. De kosten voor het gebruik van een gebouw zijn de op twee na grootste uitgavenpost van een onderneming, na de arbeidskosten en belastingen. AOS voelde jaren geleden al een enorme kostendruk bij zijn klanten. Het begon daarom met de ontwikkeling van een gegevensbank met gedetailleerde kostenposten van 100 Benelux-klanten. Het gaat om 1.700 gebouwen of in totaal 10 miljoen vierkante meter. In België werden gegevens verzameld voor 1,5 miljoen m2. Volgens Lecompte is dat voldoende om de Belgische index te lanceren.